Deze paragraaf is niet bedoeld om de praktijk van de bedrijfsarts te beschrijven. Het gaat hier slechts om de eventuele veranderingen in die praktijk door de komst van nieuwe media.

Er spelen meerdere zaken. De in hoofdstuk 3 al genoemde aandachtspunten ten aanzien van het gebruik van de ‘quantified self’:

  • Kan en mag de bedrijfsarts vragen of een medewerker zich wil volhangen met sensoren om zodoende inzicht te krijgen in bijvoorbeeld de fysieke belasting?
  • In hoeverre wijkt dit af van een andere arboprofessional die dit vraagt in een niet-medische relatie?
  • Kan een medewerker zelf zijn verzamelde data aanbieden aan de bedrijfsarts en hoe gaat deze daarmee om?

Net als bij de arbeidshygiënist speelt hiernaast de betrouwbaarheid ook de privacy. Wel is helder dat, mede door het gebruik van medische apps, de hoeveelheid data exponentieel toeneemt en daarmee vanuit Big Data terugkoppelingen gemaakt kunnen worden.
Dan is er de melding van beroepsziekten. De bedrijfsarts is verplicht om beroepsziekten te melden. Dit gebeurt helaas nog veel te weinig. Een van de door bedrijfsartsen genoemde oorzaken is de zogeheten ‘cofounders’. Is de aandoening wel geheel toe te schrijven aan het werk of spelen er ook privézaken mee (belasting in vrije tijd). Door het gebruik van apps en sensoren wordt wellicht een deel van deze onzekerheid weggenomen doordat veel beter wordt gemeten en inzicht wordt verkregen in blootstelling en belasting. Een aspect dat wellicht uit het oog verloren wordt is de sociaal geneeskundige rol van de bedrijfsarts. In hoeverre komt deze in het gedrang doordat de interpretatie van de data de overhand krijgt?
Er zijn nog geen eenduidige antwoorden op bovenstaande vragen. Net als bij het gebruik van bijvoorbeeld drones lopen de technische ontwikkelingen voor op de wetgeving en het ethisch debat. Ten aanzien van het gebruik van apps en sensoren om inzicht te krijgen in fysieke belasting zou gesteld kunnen worden dat dit niet anders is dan het in de ademzone meten van gassen/dampen om daarmee de blootstelling te meten. Data die de medewerker zelf aanbied aan de bedrijfsarts zijn wellicht meer een extensie van wat vroeger alleen een temperatuurgrafiek was.

Kortom, aan de ene kant kan worden gesteld dat de nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op traditionele zaken en dat er daarmee nauwelijks veranderingen in het speelveld optreden. Anderzijds bieden de nieuwe technologieen zoveel mogelijkheden dat er wel degelijk sprake is van een nieuw speelveld. Het is van belang dat de beroepsgroep van bedrijfsartsen standpunten ontwikkelt en waar mogelijk richtlijnen vaststelt voor het omgaan met bovenstaande materie.

Voor een overzicht van medische apps in het kader van bedrijfsgeneeskunde: bijvoorbeeld de tekenbeet app van RIVM (o.a. voor medewerkers in de buitendienst), zie hoofdstuk 11.