BIJLAGE 1 DutchESS kwaliteitscontrole websites

Deze checklist (uit 2005!) kan worden gebruikt om de kwaliteit van websites te beoordelen op inhoud, vorm en toegankelijkheid. Deze checklist is gebruikt om een overzicht te genereren van betrouwbare websites met inhoudelijke informatie.

  1. Evaluatie van Internetbronnen

Er zijn drie aspecten waarop een bron beoordeeld kan worden: de inhoud, de vorm waarin de informatie wordt gepresenteerd en de processen die de toegankelijkheid via het Internet ondersteunen en waarborgen. De criteria worden kort weergegeven in het volgende schema:

Inhoud Vorm Processen
Geldigheid/validiteit Navigatie Integriteit van de informatie
Accuraatheid Gebruikersondersteuning Stabiliteit van de site
Autoriteit Gebruik van technologie en standaarden Stabiliteit van het systeem
Uniciteit
Substantialiteit Vormgeving
Volledigheid
Dekking

 

 

  1. Inhoudelijke criteria

Inhoudelijke criteria dienen voor de evaluatie van de informatie zelf, de gegevens die de bron bevat.

 

Validiteit

De geldigheid/validiteit hangt af van: hoe goed onderbouwd, aannemelijk en betrouwbaar de inhoud van de bron is. Op het Internet is iedereen vrij om te publiceren, zonder dat de informatie gecontroleerd wordt door een onafhankelijke instantie zoals een redacteur, uitgever of reviewer. Dit kan gevolgen hebben voor de betrouwbaarheid van de informatie. Informatie is soms niet wat het lijkt te zijn, of wat beweerd wordt dat het is.

 

Mogelijke criteria:

  • de informatie is al beoordeeld door een gezaghebbende uitgever, redacteur, of reviewer, hetzij een instelling of een individu;
  • de bron is beschikbaar in een ander formaat (bijv. een gedrukte publicatie/CD-ROM);
  • de bron is authentiek: het is wat beweerd wordt dat het is en is daadwerkelijk afkomstig van wie als auteur/producent genoemd wordt;
  • de oorspronkelijke bron wordt vermeld, en deze bron is bekend als authentiek en gezaghebbend;
  • als de betrouwbaarheid twijfelachtig is, wordt de informatie geverifieerd door de vakspecialist;
  • aan de informatie ligt degelijk onderzoek ten grondslag.
  • er worden referenties gegeven;
  • er wordt een substantiële bibliografie gegeven;
  • eventuele partijdigheid wordt vermeld of is van een acceptabel niveau (geen propaganda).

 

Accuraatheid

Nauw gerelateerd aan validiteit. De accuraatheid van een bron hangt af van hoe correct de informatie is. Het gebrek aan informatiefilters op het Internet, zoals proeflezers, uitgevers en redacteuren betekent dat er meer kans is op fouten dan bij gedrukte publicaties. Dit kan variëren van onopzettelijke vergissingen tot openlijk bedrog.

 

 

Mogelijke criteria:

  • de informatie is door een onafhankelijke instantie gecontroleerd (bijv. uitgever, redacteur, peer reviewer);
  • de bron bevat een bibliografie / referenties;
  • grammatica en spelling zijn accuraat;
  • er zijn weinig of geen typefouten.

 

Bij twijfel dient de informatie te worden geverifieerd.

 

Autoriteit

De autoriteit en het gezag van de bron hangen af van de expertise, reputatie en status van de auteur/producent.

Op het Internet wordt de herkomst van de bron niet altijd expliciet vermeld. Als dat wel gebeurt, is die toeschrijving niet altijd betrouwbaar. (Enig speurwerk is soms noodzakelijk).

 

Mogelijke criteria:

  • de auteur/producent van de bron wordt expliciet vermeld;
  • de auteur/producent is gezaghebbend; de bron van de informatie/gegevens wordt expliciet vermeld en is gezaghebbend;
  • contact informatie en/of email adressen van auteur en/of uitgever worden vermeld.

 

In geval van twijfel wordt de herkomst geverifieerd door de vakspecialist.

 

Uniciteit

Uniciteit heeft te maken met de hoeveelheid primaire informatie, die in de bron vervat is en die niet beschikbaar is via andere bronnen.

Op het Internet zijn er veel bronnen die relatief weinig primaire informatie bevatten, maar vooral doorlinken naar externe informatie, die beschikbaar is op andere servers, of die informatie reproduceren die elders beschikbaar is. Een bron die primaire informatie biedt die nergens anders ((online) beschikbaar is, is in de meeste gevallen waardevoller dan bronnen met uitsluitend secundaire informatie, tenzij er sprake is van substantiële toegevoegde waarde.

 

Mogelijke criteria:

  • de bron bevat oorspronkelijk werk;
  • de bron bevat in ieder geval enige primaire informatie;
  • de bron bestaat uit meer dan enkel een lijst van links naar andere servers;
  • in het geval van links naar externe bronnen, is er sprake van toegevoegde waarde in de vorm van annotatie of metadata.

 

Inhoud (substantiviteit)

De inhoud van een Internetbron houdt in de hoeveelheid informatie die daadwerkelijk wordt aangeboden op de server of site in kwestie.

Op het WWW waar informatie wordt gehyperlinkt, is het niet altijd duidelijk waar de ene bron ophoudt en de andere begint. Veel bronnen bevatten in feite weinig informatie, maar linken (bijna) uitsluitend naar informatie die elders geproduceerd en opgeslagen is. Die informatie waarnaar gelinkt wordt, kan strikt genomen niet beschouwd worden als onderdeel van de bron. De bron dient te worden geëvalueerd op grond van de informatie die deze zelf bevat, en niet op grond van de informatie

waarnaar gelinkt wordt.

 

Mogelijke criteria:

  • de informatie die wordt aangeboden is van substantiële omvang;
  • de bron bevat meer dan alleen adres-informatie en/of verwijzingen naar andere bronnen;

 

Volledigheid

Volledigheid betekent dat informatie in een afgeronde vorm en in zijn geheel beschikbaar wordt gesteld.

Het WWW biedt vaak onvolledige informatie die al beschikbaar gesteld wordt voordat het betreffende onderdeel afgerond is (de term “onder constructie” wordt veel gebruikt), of die slechts gedeeltelijk online beschikbaar gesteld wordt, en doorverwijst naar gedrukte of andere niet online beschikbare versies voor de volledige publicatie.

Hoewel het karakter van Internetinformatie met zich meebrengt dat deze regelmatig aangepast en uitgebreid kan worden, dient een website wel aan bepaalde minimum eisen te voldoen, wat betreft de volledigheid van de informatie die al wordt aangeboden.

 

Mogelijke criteria:

  • de bron bevat meer dan zeer elementaire informatie;
  • de bron is volledig beschikbaar en niet onder constructie;
  • de bron is full text beschikbaar, niet slechts bibliografische gegevens of omschrijving;
  • de bron biedt bruikbare abstracts of samenvattingen van informatie;
  • er zijn geen dode links, of lege files;
  • er ontbreekt geen informatie;
  • de daadwerkelijk beschikbare informatie klopt met een eventuele omschrijving/aankondiging van de inhoud.

 

Dekking

Diepgang en bereik van de bron.

 

Mogelijke criteria:

  • de informatie heeft voldoende diepgang;
  • de bron behandelt het onderwerp adequaat;
  • er zijn geen duidelijke witte plekken in de bron.

 

  1. Formele criteria

Formele criteria betreffen de presentatie en de structuur van de informatie en de interface.

 

Navigatie

Het gemak waarmee de gebruiker zich kan oriënteren en de weg kan vinden binnen een site.

Op het Internet wordt de presentatie beperkt door het tweedimensionale platte vlak van het scherm. De structuur die voortvloeit uit het fysieke karakter van media zoals boeken en kranten ontbreekt. Gebruikers moeten daarom aanwijzingen krijgen die hen helpen om zich de structuur van de bron te kunnen voorstellen en er de weg in te vinden.

 

Mogelijke criteria:

  • de bron heeft een inhoudsopgave, index of site map die een idee geeft van de inhoud;
  • de bron is opgebouwd in handzame brokken informatie die gemakkelijk doorgebladerd kunnen worden;
  • de bron bevat een zoekfaciliteit;
  • er zijn goede navigatiehulpmiddelen (“terug”, “vooruit”, “home”).

 

Gebruikersondersteuning

Gebruikersondersteuning omvat hulp bij het beantwoorden van vragen en oplossen van problemen. Gebruikers kunnen ondersteuning nodig hebben die betrekking heeft op de inhoud van de bron of op problemen met het gebruik of de toegang tot de gebruikte technologie. Het Internet biedt vierentwintig uur per etmaal toegang, dus statische online ondersteuning die continu beschikbaar is, kan enorm waardevol zijn, hoewel in sommige gevallen interactieve ondersteuning te verkiezen is.

 

Mogelijke criteria:

  • er worden duidelijke instructies gegeven;
  • er is online hulp beschikbaar;
  • er is online documentatie beschikbaar; er is interactieve hulp beschikbaar (bijv.: email contact, telefoonnummers);
  • er wordt trainingsmateriaal en/of cursussen aangeboden.

 

Gebruik van technologieën en Internetstandaarden

Het gebruik van technologieën en standaarden die gebruikers toegang geven, en in staat stellen om gebruik te maken van alle onderdelen van de site.

Internet standaarden en technologieën zijn continu in ontwikkeling en hebben vaak invloed op het nivo van toegang voor gebruikers die beschikken over verschillende hardware en software. De criteria in dit onderdeel zullen periodiek moeten worden aangepast op grond van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van technologie en connectiviteit.

 

Mogelijke criteria:

  • gebruik van standaard HTML;
  • beschikbaarheid van een minimum aan metadata (auteur van het document, naam van de publicerende instantie etc.);
  • gebruik van standaard multimedia formaten.

 

  1. Proces criteria

Proces criteria hebben betrekking op de processen die de continue beschikbaarstelling van de bron mogelijk maken. Het systeem dat ligt tussen het creëren van de informatie door een auteur en het opvragen van de informatie door eindgebruikers kent vele variabelen die de kwaliteit van de bron voor een gebruiker kunnen beïnvloeden.

Internet-informatie is vluchtig en continu in beweging. Bronnen kunnen op ieder moment gewijzigd worden, verplaatst of verwijderd. Oude bronnen of vorige versies worden lang niet altijd gearchiveerd.

 

Integriteit van de informatie

De integriteit van informatie heeft betrekking op de stabiliteit van de inhoud van de bron in de loop van de tijd – meestal afhankelijk van de auteur of de informatieleverancier.

Het feit dat de inhoud van Internetbronnen op ieder moment bijgewerkt kan worden, uitgebreid of vervangen, kan zowel een voordeel als een nadeel zijn.

Tijdsafhankelijke bronnen (bijv. dienstregelingen) kunnen profiteren van regelmatige updates, terwijl statische bronnen (bijv. romans) juist ongewijzigd dienen te blijven.

Voor verschillende typen diensten en documenten zullen dus verschillende criteria gelden.

 

Mogelijke criteria:

  • als informatie tijdsafhankelijk is, dient deze frequent te worden bijgewerkt;
  • als informatie statisch is, dient deze beschermd te zijn tegen wijzigingen;
  • de informatie is up to date;
  • informatie is blijvend en van meer dan tijdelijke waarde;
  • er worden archieven bijgehouden.

 

Stabiliteit van de site

Stabiliteit van de site heeft betrekking op gegarandeerde toegankelijkheid in de loop van de tijd. Dit is normaal gesproken afhankelijk van de site manager of webmaster.

Afzonderlijke sites kunnen verplaatst of verwijderd worden door degenen die verantwoordelijk zijn voor de beschikbaarstelling van de informatie via het Internet.

 

Adressen, bestandsstructuur, formaten en interfaces kunnen iedere moment gewijzigd worden.

 

Mogelijke criteria:

  • de informatie is goed bijgehouden en up to date;
  • het is aangetoond, of te verwachten, dat de site bestendig is;
  • de site wordt zo vaak als nodig is bijgewerkt;
  • revisies worden vermeld;
  • de links worden goed bijgehouden;
  • de persoon of instelling die als host optreedt, lijkt beschikbaarstelling en
  • onderhoud op de langere termijn te willen en kunnen garanderen.

 

Stabiliteit van het systeem

De stabiliteit van het systeem heeft te maken met de continue toegankelijkheid van de server in de loop van de tijd – gewoonlijk het werk van systeembeheerders.

Als een server niet continu toegankelijk is, kan de waarde van de bron hierdoor verminderd worden, onafhankelijk van de intrinsieke waarde van de informatie zelf.

De technologieën en systemen die gebruikt worden om niveaus van toegang te verbeteren, kunnen invloed hebben op de inschatting van de kwaliteit van een bron.

 

Mogelijke criteria:

  • alle technologieën die toegepast zijn in de bron werken probleemloos;
  • het systeem dat de bron ondersteunt maakt een stabiele indruk;
  • er lijken adequate middelen beschikbaar om de stabiliteit van het systeem onderhouden.

12.0 Referenties

Hoofdstuk 1

Amstad, F. T., Meier, L. L., Fasel, U., Elfering, A., & Semmer, N. K. (2011). A meta-analysis of work–family conflict and various outcomes with a special emphasis on cross-domain versus matching-domain relations. Journal of Occupational Health Psychology, 16, 2, 151. Gevonden op 20 januari 2016 op http://meierl.myweb.usf.edu/pdf/Amstad2011JOHP.pdf

CBS (2014). ICT, kennis en economie. ISBN: 978-90-357-1628-5
Gevonden op 18 oktober 2014 op http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bedrijven/publicaties/digitale-economie/publicaties/2014-ict-kennis-economie-2013-pub.htm

Chesley, N. (2005). Blurring boundaries? Linking technology use, spillover, individual distress, and family satisfaction. Journal of Marriage and Family, 67, 1237–1248. Gevonden op 20 januari 2016 ophttps://www.researchgate.net/publication/227629138_Blurring_Boundaries_Linking_Technology_Use_Spillover_Individual_Distress_and_Family_Satisfaction

Day A, Scott N, Kelloway EK (2010) Information and communication technology: implications for job stress and employee well-being. In: Perrewé P, Ganster D (eds) Research in occupational stress and well being, 8, 317–350. Gevonden op 20 januari 2016 ophttps://www.researchgate.net/publication/228079701_Information_and_communication_technology_Implications_for_job_stress_and_employee_well-being

Ayyagari, R., Grover, V. and Purvis, R. (2011) Technostress: technological antecedents and implications. MIS Quarterly, 35, 4, 831–858 Gevonden op 20 januari 2015 op http://dl.acm.org/citation.cfm?id=2208943

Brod, C. (1982). “Managing Technostress: Optimizing The Use of Computer Technology”. Personel Journal, 61, 10, 753-757.

EU-OSHA (2000). A WORLD OF CHANGE MAKING CHANGES WORK FROM AGEING WORKERS TO TELEWORKERS. e-Magazine, 2. ISBN 92-828-8870-3

EU-OSHA (2013d) Green jobs and occupational safety and health: Foresight on new and emerging risks associated with new technologies by 2020. Gevonden op 18 oktober 2014 op https://osha.europa.eu/en/publications/reports/green-jobs-foresight-new-emerging-riskstechnologies/

European Risk Observatory (2014). Scoping study for a foresight on new and emerging occupational safety and health (OSH) risks and challenges.European Agency for Safety and Health at Work. ISSN: 1831-9351 Gevonden op op 18 oktober 2014 ophttps://osha.europa.eu/nl/riskobservatory/index_html

Felstead, A., Gallie, D., Green, F. and Zhou, Y. 2007. Skills at Work, 1986 to 2006, Oxford and Cardiff, ESRC Centre on Skills, Knowledge and Organisational Performance.

Fieseler, C., Grubenmann, S., Meckel, M., & Muller, S. (2014, January). The Leadership Dimension of Coping with Technostress. In System Sciences (HICSS), 2014 47th Hawaii International Conference on (pp. 530-539). IEEE.

Gallis, H.R. & Noort, A. (2012a) Arbo digitaal: van arpa naar app (1) In den beginne… Arbo, 3, 26-29. Gevonden op 18 oktober 2014 ophttp://www.veiligheidskunde.nl/CMS/showpage.aspx?id=690

Gallis, H.R. & Noort, A. (2012b) Arbo digitaal: van arpa naar app (2) Informatiestroomversnelling. Arbo, 4, 38-41. Gevonden op 18 oktober 2014 ophttp://www.veiligheidskunde.nl/CMS/showpage.aspx?id=690

Gallis, H.R. & Noort, A. (2012c) Arbo digitaal: van arpa naar app (3) Waar gaat dit heen? Arbo, 5, 54-57. Gevonden op 18 oktober 2014 ophttp://www.veiligheidskunde.nl/CMS/showpage.aspx?id=690
Hendriksen, I.J.M., Bernaards, C.M., Commissaris, D.A.C.M., Proper, K.I., van Mechelen, W. en Hildebrandt, V.H. (2013). Langdurig zitten: een nieuwe bedreiging voor onze gezondheid. Forum, 1, 22-25. Gevonden op 20 januari 2016 ophttps://www.tno.nl/media/1990/langdurig_zitten_forum_position_statement_tsg_2013_01_p_22_25.pdf

Hoevers, R.H.T. (2013). ‘Smartphone als Arboprofessional’ – Een verkenning naar het gebruik van Arbo-Apps bij de zorg veiligheid en gezondheid op het werk. Gevonden op 18 oktober 2014 op
http://www.veiligheidskunde.nl/nvvk-prijs-2014 en http://www.veiligheidskunde.nl/stream/nvvkprijs2014-hoevers.pdf

Hudiburg, R.A. and Necessary, J.R. (1996). Coping with computer-stress. Journal of Educational Computing Research, 15, 2, 113–124.

 

Lazarus, R.S. and Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer, New York.

Passenier, P. (2015). Veiliger werken met Apps – Kritisch kijken naar meerwaarde. Arbo, 10-2015.

 

Park, Y., Fritz, C., & Jex, S. M. (2011). Relationships between work-home segmentation and psychological detachment from work: The role of communication technology use at home. Journal of Occupational Health Psychology, 16, 4, 457. Gevonden op 20 januari 2016 ophttp://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21728434

PEROSH (2009). ‘Working Environment Challenges for the Future’ (PEROSH, Brussels). Gevonden op op 18 oktober 2014 op http://www.perosh.eu/

Politieacademie/NIFV en VDMMP. Gebruik sociale media in noodsituaties: feiten, beelden en verwachtingen. 24 september 2012.

Ragu-Nathan, T.S., Tarafdar, M., Ragu-Nathan, B., and Tu, Q (2008). The consequences of technostress for end users in organizations: Conceptual development and empirical validation. Information Systems Research, 19, 4 , 417–433.  Gevonden op 20 januari 2016 ophttp://www.tecnostress.it/wp-content/uploads/2015/02/Consequences-Technostress-End-Users.pdf

Riedl, R. (2012). On the biology of technostress: Literature review and research agenda. Data Base for Advances in Information System,44, 1, 18-55. Gevonden op 20 januari 2016 op http://dl.acm.org/citation.cfm?id=2436242

Riedl, R., Kindermann, H., Auinger, A. & Javor, A. (2012). Technostress from a Neurobiological Perspective. Business & Information Systems Engineering, 4, 61-69. Gevonden op 20 januari 2016 ophttps://www.researchgate.net/publication/229071292_Technostress_from_a_Neurobiological_Perspective

 

Şahin, Y. L., & Çoklar, A. N. (2009). Social networking users’ views on technology and the determination of technostress levels. Procedia Social and Behavioral Sciences, 1, 1, 1437-1442.
Tarafdar, M., Tu, Q., Ragu-Nathan, B.S. and Ragu-Nathan, T.S. (2007) The impact of technostress on role stress and productivity. Journal of Management Information Systems, 24, 1, 301–328. Gevonden op 20 januari 2016 op http://www.research.lancs.ac.uk/portal/en/publications/the-impact-of-technostress-on-role-stress-and-productivity(48512000-0599-46ff-8ab1-74bbcf75ccad).html

Tarafdar, M., Tu, Q. and Ragu-Nathan, TS. (2010) Impact of technostress on end-user satisfaction and performance. Journal of Management Information Systems, 27, 3, 303–334. Gevonden op 20 januari 2016 op http://scholarworks.rit.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=2298&context=article

Wajcman, J. (2008). Life in the fast lane? Towards a sociology of technology and time. The British Journal of Sociology, 59, 1, 59-77.

Hoofdstuk 3

Anshel, J. R. (2007). Visual ergonomics in the workplace. AAOHN Journal, 55, 10, 414-420. Gevonden op 20 januari 2016 ophttp://whs.sagepub.com/content/55/10/414.abstract

 

Burgess-Limerick, R., & Lynas, D. (2015). An iOS application for evaluating whole-body vibration within a workplace risk management process. Journal of occupational and environmental hygiene, (just-accepted), 00-00.

 

Cleveland Clinic (2015). Text Neck: Is Smartphone Use Causing Your Neck Pain? March 24, 2015 Gevonden op 16 oktober 2015 ophttp://health.clevelandclinic.org/2015/03/text-neck-is-smartphone-use-causing-your-neck-pain/

 

Fishman D. (2015). Text Neck: Stats & Facts. [online]. The Text NeckTM Institute. Gevonden op 16 oktober 2015 op http://text-neck.com/anatomy-and-effects-of-texting.html

 

Hansraj, K. K. (2014). Assessment of stresses in the cervical spine caused by posture and position of the head. Surgical technology international. Gevonden op 16 oktober 2015 op https://cbsminnesota.files.wordpress.com/2014/11/spine-study.pdf

 

Hoevers, R.H.T. (2013). ‘Smartphone als Arboprofessional’ – Een verkenning naar het gebruik van Arbo-Apps bij de zorg veiligheid en gezondheid op het werk. Gevonden op 18 oktober 2014 op
http://www.veiligheidskunde.nl/nvvk-prijs-2014 en http://www.veiligheidskunde.nl/stream/nvvkprijs2014-hoevers.pdf

 

Izquierdo NJ, Townsend W, Sheppard JD, et al. (2012). Computer vision syndrome. Gevonden op 16 oktober 2015 op http://archive.is/V2SQ
Kardous, C. A., & Shaw, P. B. (2014). Evaluation of smartphone sound measurement applicationsa). The Journal of the Acoustical Society of America, 135(4), EL186-EL192.
Mobile Medical Applications – Guidance for Industry and Food and Drug Administration Staff. U.S. Department of Health and Human Services Food and Drug Administration. September 25, 2013;
Gevonden op 29 oktober 2014 ophttp://www.fda.gov/downloads/MedicalDevices/DeviceRegulationandGuidance/GuidanceDocuments/UCM263366.pdf

 

NHS (2015). Common posture mistakes and fixes. Gevonden op 16 oktober 2015 op http://www.nhs.uk/Livewell/Backpain/Pages/back-pain-and-common-posture-mistakes.aspx

 

Sheedy, J. E., & Shaw-McMinn, P. G. (2003). Diagnosing and treating computer-related vision problems. Elsevier Health Sciences. Gevonden op 20 januari 2016 op http://elsevier.ca/product.jsp?isbn=9780750674041

 

Thomson, W. D. (1998). Eye problems and visual display terminals—the facts and the fallacies. Ophthalmic and Physiological Optics, 18, 2, 111-119. Gevonden op 20 januari 2016 op http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1046/j.1475-1313.1998.00323.x/abstract
BJ Visser, J Bouman. The International Medical Journal for Students: There’s a medical app fort hat (18 april 2012),

AWG Buijink, BJ Visser, L Marshall. Evidenced-Based Medicine Online First: Medical Apps for smartphones: lack of evidence undermines quality and safety (25 augustus 2012)

BJ Visser, AWG Buijink. Journal of Telemedicine and Telecare: Need to peer-review medical applications for smartphones (30 januari 2012)

BJ Visser, DA Korevaar, T. Nolan. Journal of Telemedicine and Telecare: Mobile medical Apps: dangers and potential solutions (2013).
Hoofdstuk 4
Joel A. Wolf, Jacqueline F. Moreau, Oleg Akilov, Timothy Patton, Joseph C. English III, Jonhan Ho, Laura K. Ferris, JAMA Dermatology 2013;149(4):422-426. Diagnostic Inaccuracy of Smartphone Applications for Melanoma Detection. Gevonden op 18 oktober 2014 op
http://archderm.jamanetwork.com/article.aspx?articleid=1557488

Anton Ekker, Barbara van Est, Erik Vollebregt, Medische apps; is certificeren nodig? Nictiz 2013. Gevonden op 18 oktober 2014 op
http://www.nictiz.nl/module/360/913/13005%20Whitepaper%20medische%20apps.pdf

Hoofdstuk 5

CNV: Social media protocol – Richtlijnen social media gebruik. Gevonden op 18 oktober 2014 op
https://www.cnv.nl/werk-en-prive/online/social-media-protocol/)

Sociale mediaprotocol van Abvakabo FNV. Gevonden op 18 oktober 2014 op
http://www.abvakabofnv.nl/downloads/voor-kaderleden/490826/

Social media-richtlijnen / Social media guidelines Universiteit Leiden
http://communicatie.leidenuniv.nl/social-media/richtlijnen.html

ANKO adviseert je hoe je social media inzet in business to business communicatie. Gevonden op 18 oktober 2014 op https://www.anko.nl/wat-we-bieden/informatie-en-inspiratie/social-media

Opheikens, L. M. “Social media in het arbeidsrecht.”, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam, 2012
opunt Veiligheid van het Instituut Fysieke Veiligheid. Sociale media veranderen het veiligheidsdomein, juni 2014

Gallis, H.R. & Noort, A. (2012a) Arbo digitaal: van arpa naar app (1) In den beginne… Arbo, 3, 26-29. Gevonden op 18 oktober 2014 ophttp://www.veiligheidskunde.nl/CMS/showpage.aspx?id=690

Gallis, H.R. & Noort, A. (2012b) Arbo digitaal: van arpa naar app (2) Informatiestroomversnelling. Arbo, 4, 38-41. Gevonden op 18 oktober 2014 ophttp://www.veiligheidskunde.nl/CMS/showpage.aspx?id=690

Gallis, H.R. & Noort, A. (2012c) Arbo digitaal: van arpa naar app (3) Waar gaat dit heen? Arbo, 5, 54-57. Gevonden op op 18 oktober 2014 ophttp://www.veiligheidskunde.nl/CMS/showpage.aspx?id=690

Kool, L., J. Timmer en R. van Est (red.), Eerlijk advies. De opkomst van de e-coach. Den Haag, Rathenau Instituut 2014.

Hoofdstuk 6

Gezondheidsraad. Mobile phones and cancer. Part 2: Animal studies on carcinogenesis (september 2014)

Gezondheidsraad. Mobiele telefoons en kanker. Deel 1: Epidemiologie van tumoren in het hoofd (juni 2013)

Mary Hydrina D’Silva, Rijied Thompson Swer, J. Anbalagan, and Rajesh Bhargavan, Bioelectromagnetics, vol. 26, p. 398-504 (2005): Effect of Ultrahigh Frequency Radiation Emitted from 2G Cell Phone on Developing Lens of Chick Embryo: A Histological Study,

Lazarus, R.S. and Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer, New York.

Hudiburg, R.A. and Necessary, J.R. (1996). Coping with computer-stress. Journal of Educational Computing Research, 15, 2, 113–124.

Fieseler, C., Grubenmann, S., Meckel, M., & Muller, S. (2014, January). The Leadership Dimension of Coping with Technostress. In System Sciences (HICSS), 2014 47th Hawaii International Conference on (pp. 530-539). IEEE.

Hoofdstuk 11

De geluidmeet-App test van Cauberg-Huygen. Gevonden op 18 oktober 2014 op
http://www.geluidnieuws.nl/2011/dec2011/app.html
http://www.geluidnieuws.nl/2012/mei2012/ostendorf/app.html
http://www.geluidnieuws.nl/2013/jul2013/app.html

CDC – NIOSH Science Blog – So How Accurate Are These Smartphone Sound Measurement Apps. Gevonden op 18 oktober 2014 ophttp://blogs.cdc.gov/niosh-science-blog/2014/04/09/sound-apps/

11.0 Praktijkverhalen en aanbevolen toepassingen

WEBSITES

Slimme brillen, smart glasses of wel video-eye ware technology

Een ‘smart glasses’ is een bril met een klein beeldschermpje. Via spraakbesturing, al dan niet in combinatie met een touchscreen in een ‘brillenpoot’, kan informatie worden opgevraagd en geprojecteerd op het beeldscherm in de bril. Ook kan het, afhankelijk van bijvoorbeeld je GPS-locatie of een streepjescode, je actief van de juiste informatie voorzien.
Het bedrijf dat het meest bekend is voor deze ‘slimme brillen’ is Google, maar de actuele wereldleider in ‘video eyeware technology’ is een heel ander bedrijf namelijk Vuzix.

Vanaf april 2014 test BAM Utiliteitsbouw, op een bouwplaats in Rotterdam, met een eerste versie van een eigen Google Glass en bijbehorende BAM-app: http://www.bamutiliteitsbouw.nl/nieuws/bam-test-google-glass-op-bouwplaats

In samenwerking met een softwareontwikkelaar worden praktische bouwtoepassingen ontwikkeld en uitvoerig getest. De BAM Google Glass app toont onder meer werkinstructies, inclusief maten en tekeningen. De verwachting is dat hierdoor minder handelingen nodig om zaken te controleren en de kans op fouten wordt kleiner. Daarnaast verwachten ze dat het werken op de bouwplaatsen veiliger, efficiënter en makkelijker te maken. Het is de bedoeling met de reacties van de eerste gebruikers, de toepassingen van Google Glass verder uit te breiden en te ontwikkelen. Inmiddels is bekend geworden dat de eerstvolgende versie van Google Glass die op de markt wordt gebracht exclusief voor bedrijven blijft.

In samenwerking met verschillende partijen, zoals SAP, bieden ze inmiddels diensten op dit gebied. Om een goed beeld te vormen van de mogelijkheden van deze Vuzix brillen in combinatie met de data van bedrijven (voorraden, veiligheidsprocedures e.d.) zijn enkele concept video’s gemaakt:

Drones

Drones zijn een recente ontwikkeling en de toepassingen gaan snel, van het maken van mooie foto’s en videobeelden vanuit een ander standpunt, tot meer serieuze toepassingen. Drones kunnen mogelijk een AED ter plaatse brengen om een iemands leven te redden. De technologie is er al, wij staan aan het begin van de praktische toepassingen (ook arbozorg gerelateerd). De ontwikkelingen gaan echter snel, zo worden drones al gebruikt voor het inspecteren van moeilijk bereikbare plaatsen zoals dakgoten en het nemen van luchtmonsters. Overigens kunnen drones ook voor problemen zorgen: bij een grote brand in Californië werden hulpverleners zodanig door drones gehinderd dat de werkzaamheden tijdelijk moesten worden gestaakt. En na het brugongeluk in Alphen aan den Rijn werd via een noodverordening een vliegverbod voor drones ingesteld om geen hinder te ondervinden bij de reddingswerkzaamheden.

Wetgevingswebsites

Alle Nederlandse wetgeving is gemakkelijk terug te vinden op de website van de overheid: wetten.overheid.nl. Je kunt er zoeken op wetten, uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen, beleidsregels, verdragen en nog meer. Ook is er een verwijzing naar de database met Europese regelgeving. Niet alleen geldige regelgeving is beschikbaar, ook de wetgeving zoals die gold op een bepaalde datum is terug te vinden. Handig voor als er na jaren een juridisch conflict ontstaat. Door in het zoekvenster op de‍ site Arbeidsomstandigheden te tikken, het vakje Afkorting of volledige titel aan te vinken en op zoeken te drukken, worden zowel de wet als de besluiten en regelingen getoond.
Sinds begin 2014 is deze informatie ook beschikbaar als app voor iOS en Androïd. Met de Wettenpocket app kan alle nationale en decentrale wet- en regelgeving die op bovengenoemde website staat, worden geraadpleegd op een tablet. Niet alle wetten zijn opgenomen in de app, daarvoor is de wetgeving te uitgebreid. Bij het in gebruik nemen van de app kiest de gebruiker zogenaamde Wettenpockets.
Kies in de app de button Bibliotheek, ‍kies bij Type: Alle, bij Gepubliceerd door: KOOP en dan bij ‍Titel of omschrijving de gewenste wet. Tik de naam van deze wet voluit, dus bijvoorbeeld Arbeidsomstandighedenwet, op delen van een woord of titel worden geen resultaten gevonden. Kies daarna de gewenste wettenpocket(s) en druk op downloaden. Zodra de bundels zijn gedownload kan de wetgeving worden doorzocht. Niet alleen de wetten staan in de bundels, ook de besluiten en de regelingen.

De app Wettenpocket bevat eveneens informatie over andere wetten dan de Arbowet. Er zijn bijvoorbeeld bundels beschikbaar over Omgevingsrecht en Milieubeheer. Ga op dezelfde wijze te werk als hierboven beschreven bij de Arbowet (4.1). Om te zien welke Wettenpockets reeds zijn samengesteld en daarmee het zoeken in de app te vergemakkelijken, kan een overzicht worden opgevraagd op de website wettenpocket.overheid.nl. Naast een zoekfunctie (die hetzelfde is als in de app), kunnen hier ook overzichten worden opgevraagd van recent gepubliceerde wettenpockets en meest gedownloade wettenpockets.

Twitter en arbowetgeving
Twitter wordt vaak gezien als podium voor mensen die graag van zich laten horen en daarom maar ongenuanceerd van alles de wereld in slingeren. Deels is dat ook wel zo. Maar door selectief twitteraccounts te volgen, is het een goed medium om snel op de hoogte te zijn van nieuws en nieuwe ontwikkelingen. Ook wetgevende overheidsinstanties hebben een twitteraccount en zijn interessant om te volgen. In het lijstje hieronder staan de belangrijkste genoemd. Daarnaast is het volgen van enkele actieve ‘tweeps’ op het vakgebied aan te raden. Zij selecteren interessante berichten en sturen deze door (‘retweeten’). De auteurs van dit Kennisdossier zijn eveneens op Twitter actief. Zie hun cv’s voor meer informatie. Een handige app om twitter en andere sociale media te volgen is Flipboard. Twitter kan zo als een magazine worden gelezen, overzichtelijk en prettig. Twitteraccounts van wetgeving en handhaving inzake arbeidsomstandigheden:
@InspectieSZW
@MinisterieSZW
@MinVWS

Enkele tools uit arbocatalogi als website

Verschillende branches hebben handige tools ontwikkeld die werknemers kunnen gebruiken om werkomstandigheden of hun gezondheid te testen. Hieronder een selectie van beschikbare tools op websites, apps of andere IT-toepassingen, die in het kader van een arbocatalogus van een branche ter beschikking zijn gesteld. Omdat websites ook eenvoudig op grotere mobiele apparaten zijn te gebruiken en er niet voor iedere toepassing een app is ontwikkeld, zijn ook nuttige websites hieronder opgenomen. Overigens moeten de tools niet in de plaats komen van een oordeel door een deskundige; de tools zijn vaak bedoeld om snel een inschatting van de situatie te kunnen maken.

‍‍Bedrijfs-oorcheck
Werknemers die in een omgeving werken met schadelijk geluid kunnen gehoorschade oplopen. Deze website geeft de werknemers de mogelijkheid om zelf een korte test uit te voeren om hun gehoor te testen. De test is ontwikkeld door de Nationale Hoorstichting, het LUMC en het AMC en test in vijf minuten het gehoor van beide oren. Onduidelijk is of de verkregen gegevens worden bewaard en of bij het herhaald uitvoeren van de test de resultaten vergelijkbaar zijn.
http://bedrijfsoorcheck.nl/

Melden bouwongevallen
Deze applicatie is voor bedrijven werkzaam in de bouw eenvoudig te gebruiken om bedrijfsongevallen op te nemen in een systeem. Naast registratie kan het systeem ook worden gebruikt om de opvolging van het ongeval verder te volgen, zijn tips beschikbaar om de werksituatie te verbeteren en kan, wanneer dat verplicht is, direct melding van het ongeval worden gedaan bij de toezichthoudende inspectie.
http://bouwongeval.nl/

Stoffenmanager
Veel werknemers gebruiken gevaarlijke stoffen. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Wetenschappelijk vastgestelde normen moeten bijdragen aan een gezonder werkomgeving van werknemers. Vaak moeten aanvullende maatregelen worden genomen om de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen te beperken. De Stoffenmanager kan daarbij een hulpmiddel zijn. Door middel van een gekwantificeerd en gevalideerd model kan worden ingeschat welke blootstelling een werknemer kan verwachten onder bepaalde omstandigheden en welke maatregelen kunnen worden getroffen om de blootstelling te verminderen.
https://stoffenmanager.nl/

5xbeter
Deze website is een gezamenlijke project van vijf cao-partijen in de metaalbewerking en metalektro en bevat verbeterchecks op het gebied van lasrook, schadelijk geluid, machineveiligheid en fysieke belasting. Er wordt aan de hand van checklist informatie gegeven over bijvoorbeeld voorlichting en onderricht, veilig gebruik van apparatuur en te treffen maatregelen.
https://www.5xbeter.nl/

Zelfinspectie Agressie en Geweld
De Inspectie SZW heeft een ‍‍‍zelfinspectie-instrument‍‍ gepubliceerd waarmee in enkele minuten een snelle inventarisatie kan worden uitgevoerd over maatregelen die een bedrijf heeft genomen om agressie en geweld tegen en tussen werknemers te voorkomen. Nadat de check is ingevuld volgen maatregelen die genomen kunnen worden om knelpunten aan te pakken.
http://www.zelfinspectie.nl/agressie/

Zelfinspectie Gevaarlijke Stoffen
Wat zou een inspecteur van iSZW aantreffen in uw bedrijf wanneer zij/hij een inspectie uitvoert naar het gebruik van gevaarlijke stoffen? En welke knelpunten zouden worden geconstateerd? Met deze zelfinspectie-tool kan dat door de werkgever zelf worden onderzocht. Na het invullen staan alle actiepunten op een rij.
http://gevaarlijkestoffen.zelfinspectie.nl/

Geluidcalculator
Bij de arbocatalogus van het AGF Groothandelsfonds kan een geluidcalculator worden gevonden, een excel-bestand waarmee eenvoudig de totale dagdosis kan worden berekend wanneer een medewerker gedurende wisselende tijden aan verschillende geluidniveaus wordt blootgesteld.
http://www.gezondehandel.nl/

Storybuilder Bouw

Deze website heeft een eenvoudige online registratietool (Storybuilder Bouw) voor ongevallen en bijna-ongevallen in de bouw. Hiermee voldoet de gebruiker automatisch aan de wet- en regelgeving en certificeringen (zoals VCA/ISO) door ongevallen op dit platform te registreren.

http://www.bouwongeval.nl/

LinkedIn

LinkedIn is een zakelijk, professioneel sociaal netwerk dat sinds 2003 in toenemende mate door vakmensen en professionals wordt gebruikt. In Nederland maken ongeveer 4 miljoen mensen gebruik van LinkedIn. Ter vergelijking: de beroepsbevolking in Nederland ligt op ongeveer 7,3 miljoen. Door de Nederlandse gebruikers worden ongeveer 26 pagina’s per maand bekeken daarmee heeft Nederland de hoogste participatiegraad van alle landen op de wereld. LinkedIn wordt in Nederland, volgens de laatste cijfers uit 2013, vaker bezocht dan Nu.nl, maar minder vaak dan Wikipedia.
Op LinkedIn zijn ook meer en meer arboprofessionals te vinden. Naast persoonlijk en digitaal ‘netwerken’ biedt LinkedIn ook mogelijkheden voor werving en selectie van personeel.
Met behulp van LinkedIn is het ook eenvoudig kennis te delen en op te doen door discussies te starten en/of te volgen in zogenaamde ‘LinkedIn-groepen’. Twee van de vier beroepsverengingen hebben voor hun leden een (besloten) LinkedIn groep aangemaakt waarin door leden vragen kunnen worden gesteld en discussies worden gevoerd: NVvA(255 leden is ongeveer 55% van totale ledenbestand) en NVVK (1.100 leden is ongeveer 35% van het totale ledenbestand). Ook de BA&O heeft een LinkedIn-groep en deze heeft 1.274 leden, maar deze is vrij toegankelijk (niet uitsluitend voor leden van de BA&O). Met een vraag in de groep bereik je een groot deel van het aantal mede-leden. Het kan dus een krachtig medium zijn voor het bereiken van een collega-arbeidshygiënist of -veiligheidskundige.
Naast deze twee LinkedIn-groepen biedt LinkedIn een rijk aanbod aan (discussie)groepen voor alle (overige) arboprofessionals. Immers, iedereen kan een LinkedIn-groep starten over welk (arbo)onderwerp dan ook. Het zoeken naar relevante (arbo)groepen levert (november 2014) voor onderstaande terminologie, de volgende aantallen groepen op:

Veiligheidskunde 18
Bedrijfsgeneeskunde 1
Arbeidshygiëne 3
Bedrijfsarts 16
Veiligheidskundige 11
Arbeidshygiënist 1
‘Arbo’ 103
Veiligheid 372

Bij het zoeken op internationale termen biedt LinkedIn een veelvoud van deze aantallen aan groepen:

Occupational Health 604
Occupational Safety 424
Health and Safety 2.164
Safety 9.118

Het aantal leden van bovenstaande LinkedIn-groepen verschillen van enkele tientallen tot soms meer dan 60.000 (bijvoorbeeld EHSQ Elite).
Enkele grote en actieve Nederlandse LinkedIn-groepen gericht op de veiligheid en gezondheid op het werk zijn:
Netwerk Arbeidsveiligheid: opgestart door het Ministerie van SZW, inmiddels beheerd door een zelfstandige riskprofessional (november 2014: 1.714 leden)
Veiligheid: voor professionals werkzaam op verschillende veiligheidsterrein van arbeid tot crisismanagement (november 2014: 7.061 leden)
Arboprofessionals: voor iedereen die zich bezighoudt met arbozorg of gelieerd is aan arbozorg (5.373 leden)

LinkedIn is een digitaal, sociaal netwerk dat grote aantallen arboprofessionals en hun kennis aan elkaar kan verbinden.
Twitter

Twitter is een website en een app op je smartphone/tablet waarmee je updates (berichten van maximaal 140 tekens, vaak inclusief een verwijzing, afbeelding of video) ontvangt van mensen en organisaties waarvan je hun Twitteraccount volgt. Volg je niemand, dan krijg je geen berichten/updates.
Je bepaalt zelf wie of wat je volgt en wordt actief geïnformeerd. Voor arboprofessionals kan het volgen van bepaalde organisaties en/of collega’s een verrijking zijn van hun kennis. De NVvA, NVVK en NVAB hebben allen een Twitteraccount waarmee iedereen die het volgt op de hoogte wordt gehouden van onder meer relevant vaknieuws, nationale en internationale publicaties of nieuwe artikelen op de eigen website. Bij Twitter kun je uiteraard ook zelf berichten versturen wanneer je een account hebt aangemaakt.
Enkele Twitter-accounts van organisaties, die voor arboprofessionals worden aangeraden, om te volgen:

Beroeps- en kennisverenigingen (kerndisciplines)
https://twitter.com/arbeidshygiene
https://twitter.com/TweetNVAB
https://twitter.com/nvvkveiligheid
https://twitter.com/baeno_nl
https://twitter.com/OVAL_branche

Ministeries, inspecties, overheid adviesraden, agentschappen
https://twitter.com/MinisterieSZW
https://twitter.com/InspectieSZW
https://twitter.com/Min_IenM
https://twitter.com/MinVWS
https://twitter.com/rivm
https://twitter.com/Gezondheidsraad
https://twitter.com/EU_OSHA
https://twitter.com/NL_FOP
Interessante kenniscentra, informatiebronnen
https://twitter.com/NVVKinfo
https://twitter.com/VeiligheidNL
https://twitter.com/Bedrijfsongeval
https://twitter.com/NCvB_Amsterdam
https://twitter.com/HuidenArbeid
https://twitter.com/stoffenmanager

IAVM-L: een mailinglist voor arbo- en milieuprofessionals

Bij universiteiten werd het eerst gebruik gemaakt van e-mail. In 1992 leidde dat tot de eerste Nederlandstalige ‘mailinglist’ van arbo- en milieuprofessionals: IAVM-L (de lijst was geïnitieerd door een werkgroep van de Interuniversitaire Adviescommissie voor Veiligheid en Milieu), waar medewerkers van de arbodiensten van de universiteiten informatie konden uitwisselen. Op verzoek van arboprofessionals buiten de universiteiten werd deze ‘mailinglist’ al snel opengesteld voor derden. Een mailinglist werkt heel eenvoudig: iemand stuurt een vraag aan een centrale computer, waar de software van de mailinglist het bericht aan iedere deelnemer doorstuurt. Reacties op het bericht worden op dezelfde wijze afgehandeld en ook weer aan alle deelnemers gestuurd. Hierdoor worden deelnemers actief betrokken (ze krijgen immers telkens een mailbericht), in tegenstelling tot later ontstane technieken als discussiefora op internet en LinkedIn, waar een deelnemer passief aan deelneemt (de deelnemer moet eerst zelf op zo’n forum inloggen). Zo ontstonden levendige discussies en werd veel praktische kennis uitgewisseld.
Ondanks de oude techniek functioneert IAVM-L nog steeds. Ook zijn de archieven (met ongeveer 65.000 berichten) sinds 1992 nog beschikbaar. Het aantal deelnemers (‘listers’) ligt anno november 2014 op 174. Aanmelden en meer informatie op IAVM-L archieven en aanmelden

ARBO-APPS

Overzichten van apps op het terrein van veiligheid en gezondheid op het werk

Websites met handige overzicht van apps op het terrein van veiligheid en gezondheid is te vinden op:

  • nlmet ca. 120 overwegend Nederlandstalige maar ook enkele Engelstalige apps; zonder reviews (website wordt in 2016 doorontwikkeld tot platform);
  • SafetyAwakeningsmet ongeveer 100 Engelstalige apps inclusief reviews;
  • Apillmet medische apps (november 2014:17.344) en ontwikkeld in samenwerking met enkele medisch specialisten en ondersteund door enkele ziekenhuizen.

 

Enkele arbo-apps voor specifieke branches
Apps voor mobiele apparaten, ontwikkeld met informatie uit- of als toepassing voor de arbocatalogus van een bedrijf of branche, zijn nog maar beperkt beschikbaar. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

ADR Pro

ADR Pro is een app uitgebracht door Beurtvaartadres en bedoeld voor onder meer adviseurs gevaarlijke stoffen om de nogal complexe wetgeving van het ADR inzichtelijk te maken. De app kan onder meer worden gebruikt om transportroutes voor gevaarlijke stoffen te bepalen, GEVI– en UN-nummers op te zoeken en vervoersdocumenten te maken. Voor de app wordt een geringe vergoeding gevraagd. Er is een Lite-versie om de app eerst te proberen, maar deze biedt niet de functionaliteit van de volledige app.

Dokter Hoe
De branche voor de Universitair Medische Centra (NFU) heeft naast een website Dokter Hoe een app ontwikkeld waar een deel van de informatie eveneens te vinden is. Naast nieuwsberichten vind je hier informatie over de bij de UMC’s meest voorkomende knelpunten, zoals PSA, veilig gebruik van cytostatica, fysieke belasting, het omgaan met gevaarlijke stoffen, infectiepreventie en werkdruk.

A+O-app
Het A+O-fonds Gemeenten biedt een gratis app aan waarin alle HRM-kennis die interessant is voor gemeentelijke organisaties bij elkaar staat: actuele berichten van het Fonds, HRM nieuws, publicaties en het A+O-magazine, dat alleen nog digitaal wordt uitgebracht via de website (http://www.aeno.nl/) of deze app.

In VCA Actueel in de editie van 10 juni 2014 worden ook diverse suggesties gegeven, te weten:

VCA Examen

Van: Appit

Rechttoe, rechtaan oefenen met examenvragen (VCA-B, VCA-VOL en VIL-VCU). Geen links of andere verrijkingen. iOS.

VGM checklist

Van: Digitale Tijger

Maakt per project lijsten aan met inspectieresultaten (conform VCA-normering, maar desgewenst ook op eigen specificatie) en beheerslijsten met vervolgacties. Maak direct melding van (bijna-)ongevallen en gevaarlijke situaties, inclusief foto’s. Laat jezelf herinneren aan uit te voeren inspecties (alleen iOS). GPS zorgt voor projectherkenning. De Pro-versie (vanaf 20 euro per maand) biedt de mogelijkheid voor een ‘dashboard’ voor een heel bedrijf, project of locatie. iOS en Android.

PreventieCoach

Van: de gelijknamige organisatie van professionals

Rijk gevulde app met tips, checklists, uitleg, links, filmpjes voor e-learning, nieuwtjes en verwijzingen naar apps die we nog niet kenden. Bedoeld voor een breed publiek, ook leidinggevenden en OR-leden. Uitnodigend, bewustmakend en leuk. iOS en Android. Windows-versie is in de maak.

Proware

Van: Metaware

Handboekinformatie over ISO 27000 en VCA, met hoofdstukjes over o.a. behandeling van afvalstoffen, PBM’s, instructie en werkplekbeoordeling. Praktisch: formulieren voor zaken als inspecties, nieuwe medewerkers, meldingen, toolboxmeetings. Gebruik wijst zich niet helemaal vanzelf. Alleen iOS. Android-versie is in de maak.

Nieuwe Normen

Van: Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

Geeft bericht als er nieuwe NEN-normen zijn op vooraf in te stellen gebieden, waaronder ‘arbeid en veiligheid’. App en berichten zijn gratis, de normen zelf niet. De app geeft wel een preview, om de relevantie in te schatten. Linkt door naar de site van NEN, met bestelmogelijkheden. iOS en Android.

Stoffenmanager

Van: Arbo Unie, Beco en TNO (tevens beheerder)

Informatie over risico’s van stoffen en producten; filmpjes; werkplekinstructiekaarten. Geschikt voor toolboxes, bijvoorbeeld om te laten zien wat het nut is van bepaalde PBM’s. Geschikt voor actualisering van de risicobeoordeling ter plekke, door online updates. Android.

Firefish

Van: TNO

Bestemd voor zorginstellingen. De gebruiker voert gegevens in op basis van documenten en visuele inspectie. Firefish analyseert de brandveiligheid, volgens het Bouwbesluit 2012. iOS (alleen iPad), Android, Windows

EHBO

Van: Rode Kruis

Snelle en begrijpelijke aanwijzingen voor eerste hulp. Vooral voor in huis en bij sport, maar ook bruikbaar op het werk. Geeft AED-locaties (automatische externe defibrillator), permanent geopende EHBO-posten en directe verbinding met 112. Mogelijkheid om push-berichten te krijgen. Doe-het-zelf-test. iOS, Android, Windows.

SOS4US

Van: HVR Group

Stuurt bij acute behoefte aan hulp één bericht aan alle mensen die je daarvoor van tevoren hebt uitgenodigd (denk aan bhv’ers). Zij moeten de app zelf ook hebben. Ook het nationale noodnummer is met één knop bereikbaar. Minpunt: je kunt alleen waarschuwen met de begrippen Verdacht, Medisch, Geweld of Inbraak. Nederlands- en Engelstalig. iOS en Android.

SBD Veilig werken op hoogte

Van: Score Media, i.s.m. SBD, de brancheorganisatie van dakdekkers

Veel naslaginformatie en mogelijkheden om documenten te downloaden, wekelijks aangevuld met nieuwtjes. Geeft direct toegang tot SBD-medewerkers, telefonisch of per mail. iOS en Android.

Safety & Health Practitioner

Van: het gelijknamige Britse vakblad

Ontsluit het hele tijdschrift (met o.a. productnieuws) en eenmaal per jaar de SHP Legal Arena Guide. Rijk gevuld en mooi vormgegeven, gebruik wel een tablet. Gevonden bij Apple.

ManDown app

Bij de Gasunie heeft men een ManDown app in gebruik sinds begin 2014. De app detecteert of de monteur weinig of niet beweegt en slaat in dat geval automatisch alarm. De app beschikt ook over een grote alarmknop die de monteur in geval van nood kan gebruiken. De smartphones waarop deze app draait is explosieveilig omdat wordt gewerkt op gasvoerende locaties. De ManDown-app inmiddels door de software leverancier doorontwikkeld voor de ouderenzorg met valdetectie en dwaalbeveiliging.
https://customers.microsoft.com/Pages/CustomerStory.aspx?recid=408

Nieuwe digitale media (apps) voor op de werkvloer

Bovenstaande sociale media kun je niet alleen bekijken vanachter een computer. Ook via de smartphone/tablet zijn deze platformen te volgen met hun eigen Twitter of LinkedIn-app. Naast deze platformen zijn er Apps die kunnen voorzien in onder meer kennis, informatie, naslag- en voorlichtingsmateriaal, houden van audit/inspecties en gebruik maken van smartphone sensoren. Apps, en zeker ook arbo-apps, worden ontwikkeld door een toenemend aantal software-ontwikkelaars. Daarnaast is een trend waarneembaar dat websites steeds vaker een ‘mobiele versie’ krijgen voor smartphone en tablets en geen aparte app voor hoeft te worden ontwikkeld.

 

10.2 Rechten medezeggenschapsorgaan

De medezeggenschap in organisaties heeft op (bijna) alles wat met arbeidsomstandigheden te maken heeft instemmingsrecht (art 27 WOR). Het ligt daarmee in de rede dat veel van wat afgesproken wordt in organisaties ten aanzien van het gebruik van apps, sensoren en dergelijke ook instemmingsplichtig is. Lastig is waarschijnlijk dat er geen sprake is van een eenduidige introductiedatum, maar van een sluipend proces. Dit betekent dat de OR alert moet zijn en in haar rol als procesbewaker met de preventiemedewerkers en arbodienst/bedrijfsarts rond de tafel moet gaan en vooraf afspraken moet maken. Daarnaast zullen de medewerkers goed moeten worden geïnformeerd. De OR kan dit door arboprofessionals en preventiemedewerkers laten doen. Ook verdient het aanbeveling om de in arbocatalogi iets op te nemen over de omgang met digitale media. Grote voordeel is dan dat er op brancheniveau aandacht voor komt.

10.1 Rechten individuele werknemer

Individuele medewerkers hebben rechten die voortkomen uit de Arbowet, maar ook uit de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO).

Het is nog onduidelijk of en zo ja hoe de rechtspositie van de individuele medewerker verandert door het gebruik van apps en sensoren. In een aantal bedrijven is periodiek testen op het gebruik van drank en of drugs al gewoon en bij overtreding volgen maatregelen, Of deze lijn kan worden doorgetrokken naar bijvoorbeeld slechte eetgewoonten, een te hoge BMI of te weinig lichaamsbeweging is nog niet helder. Ook is nog onduidelijk of een werkgever gebruik mag maken van hetgeen een medewerker bijvoorbeeld over zijn ziektebeeld deelt op sociale media. Door het gebruik van bijvoorbeeld sensoren kan de medewerker aantonen ‘compliant’ te zijn maar evengoed kunnen deze data worden misbruikt of tegen hem/haar gebruikt.